Acceptatie van homoseksuele sporters neemt af bij Nederlandse sportclubs
◆1 bron
Uit onderzoek van het Mulier Instituut bleek dat de acceptatie van homoseksuele sporters bij Nederlandse sportclubs de afgelopen jaren was afgenomen. Het aandeel sporters dat zei geen probleem te hebben met een homoseksuele teamgenoot daalde van 85 procent in 2008 naar 66 procent. Ook het aandeel dat geen bezwaar had tegen samen douchen met een homoseksuele sporter van hetzelfde geslacht daalde, van 73 naar 55 procent. Daarnaast vonden minder sporters dat uit de kast komen geen probleem zou zijn, hoewel de aandacht voor homoseksuele acceptatie bij verenigingen toenam van 12 procent in 2017 naar 28 procent in 2026.
Volgens het Mulier Instituut weerspiegelden de resultaten een bredere negatieve ontwikkeling in de houding tegenover homoseksualiteit onder jongeren. NOC*NSF noemde de uitkomsten bijzonder betreurenswaardig en zei te blijven werken aan inclusieve sport. De John Blankenstein Foundation omschreef de daling als zorgwekkend en zei dat ouders soms bezwaar maken tegen de workshops van de stichting. Initiatieven zoals het project De Veilige Kleedkamer in Drenthe zijn gericht op meer inclusie, terwijl de Nederlandse overheid nieuwe financiering heeft toegezegd voor gendergelijkheid en lhbti+-emancipatie. De OneLove-armbandcampagne van de KNVB kreeg te maken met weigeringen van spelers. De voetbalbond besloot de campagne vanaf 2023 stop te zetten, een besluit dat door de stichting werd bekritiseerd.